Hoofdstuk VII Kwaliteitseisen en normen

Artikel 11
  1. De afgeleverde planten moeten praktisch vrij zijn van ziekten en schadelijke insecten en onkruiden, conform het keuringsreglement van Naktuinbouw en verordeningen van het  Productschap Tuinbouw.
     
  2. Als minimumnorm voor de kwaliteit gelden de normen, die zijn vastgesteld en gepubliceerd door de Kwaliteitsnormencommissie.
     
  3. Alle planten moeten worden ontdaan van dode takken en opslag van onderstammen, bladhoudende planten bovendien van slechte bladeren. Gewassen en onderstammen van stek en geoculeerde gewassen moeten worden geklikt. Indien laanbomen en spillen uit vollegrond geleverd worden, worden deze zonder stok geleverd, tenzij anders overeengekomen.
     
  4. Indien op verschillende maten, aantallen knoppen, aantallen takken enz. moet worden afgeleverd, moeten deze in redelijke verhouding zijn vertegenwoordigd.
     
  5. Maten
    Diktematen van stambomen worden gemeten op één meter boven de wortelhals. Er wordt gemeten met een lintcentimeter. Diktematen van pootrozen worden gemeten op één meter vanaf het grondoppervlak. Voor onderstammen wordt gemeten op de scheiding van het boven- en ondergrondse deel (kleurverandering); voor rozenzaailingen op het midden van de wortelhals. Voor pot- en containerplanten wordt gemeten vanaf de rand van de pot of container. Diktematen van pootrozen, rozezaailingen en onderstammen worden gemeten in millimeters met een metalen schuifmaat.
     
  6. Kluitplanten
    Planten die gewoonlijk ingegaasd worden en die in het Kwaliteitsnormenboek van de Kwaliteitsnormencommissie gemerkt zijn met "kl." moeten in gaas worden geleverd.
    Deze planten dienen op de door deze Commissie voorgeschreven wijze ingegaasd te zijn. De verkoper moet, indien de koper dit verlangt, de planten, die met aardkluit worden geleverd, ingazen. Deze verplichting geldt niet voor Rhododendron, inclusief Azalea, Erica en Calluna. De planten moeten met een stevige kluit worden afgeleverd en, indien de kluit ingegaasd wordt, dient dit zonder slag of knoop om de stam te worden gedaan. De planten met kluit dienen per stuk te worden ingegaasd in de grond waarin deze zijn gegroeid.
    De kluit dient in redelijke verhouding te staan tot de plant en het gebruikte gaasmateriaal (jute, acryl) moet de kluit praktisch volledig bedekken. Het voorgazen is toegestaan, mits de kluit en de gaaslap bij de aflevering in goede conditie zijn. In acryl-gaas gegaasd kluitgoed, dat in het najaar is opgekuild, dient in het voorjaar voor rekening en risico van de verkoper gestiekt te worden afgeleverd. De kwaliteit van de gaaslap moet voldoen aan de eisen die de Stichting Hulpmaterialen heeft opgesteld en gepubliceerd. Coniferen, die met kluit worden afgeleverd, moeten tijdig worden rondgestoken. Dit geldt ook voor bladhoudende planten, als dit noodzakelijk mocht zijn. Kluitplanten moeten praktisch vrij zijn van onkruid. Containerplanten en vaste planten moeten optisch vrij zijn van levermos en onkruid. Op verzoek van de koper is de verkoper verplicht kluiten te stieken tegen een door de Stichting
    Hulpmaterialen vastgestelde vergoeding, die apart op de rekening vermeld wordt.
     
  7. Ontbladeren
    Indien bladverliezende planten met blote wortel vóór 25 oktober afgeleverd moeten worden, moet de verkoper met de koper overleg plegen over het ontbladeren van de planten.
    Indien de volgende bladverliezende planten met blote wortel, inclusief plantgoed, na 25 oktober worden afgeleverd, moeten deze ontbladerd worden:
    Acer, spillen en laanbomen Aesculus
    Corylus m.u.v. 'Contorta'  Fraxinus
    Laburnum watereri 'Vossii' Malus in geënte cultivars
    Platanus Populus
    Prunus in geënte cultivars Tilia
    Wisteria  
    Het plantgoed van bos- en haagplantsoen, niet op afstand gekweekt, behoeft niet ontbladerd te worden. Indien aan het bovenstaande niet is voldaan, heeft de koper het recht de vereiste
    werkzaamheden op kosten van de verkoper te verrichten of te retourneren.
     
  1. Aanvulgrond
    De voor de teelt van boomkwekerijproducten gebruikte aanvulgronden en bodemverbeterende materialen dienen door de Stichting Regeling Aanvulgronden (Stichting R.A.G.) of een organisatie met gelijkwaardige erkenning te zijn goedgekeurd en gecertificeerd. Goedgekeurde aanvulgronden en bodemverbeterende materialen, die onder het R.A.G. keurmerk vallen,  kunnen alleen geleverd worden door bedrijven, die zijn aangesloten bij de Stichting R.A.G. of een gelijkwaardige organisatie.
Vorige pagina Volgende pagina