1.2 Algemene omschrijvingen

Plantgoed
  1. Gekweekt van winterstekken (0/1) moeten goed beworteld zijn met minstens één tak, tenzij in de omschrijving of code anders is vermeld.
  2. Gekweekt van zomerstekken (0/1/1) of afleggers (-1/1) moet één groeiseizoen ‘overveld’ of in pot zijn gekweekt, tenzij in de omschrijving of code anders is vermeld; bovendien moeten de planten goed beworteld zijn.
  3. Heg = af 2 tak.

Plantgoed P9 vertakt
Plantgoed P9 van heesters zoals Buddleja, Deutzia, Kolkwitzia, Potentilla, Spiraea e.d. moeten tijdens het groeiseizoen een of meerdere malen getopt worden.

Struiken
  1. Moeten minstens twee groeiseizoenen zijn gekweekt tenzij in de omschrijving of kwaliteitseisen anders is vermeld.
  2. Moeten minstens drie goed uitgerijpte takken hebben, tenzij in de beschrijving of kwaliteitseisen anders is vermeld.

Pyramide-heesters
Moeten minstens hebben: één koptak en drie goed ontwikkelde gesteltakken.

Veren voor aanplant
Moeten recht zijn, de stam moet regelmatig met zijtakken bezet zijn en een doorgaande kop hebben.

Veren voor haagbeplanting
Moeten recht zijn, de stam moet regelmatig met zijtakken bezet zijn en een doorgaande kop hebben. Daarnaast dient de takaanzet van de onderste twijgen minimaal 20 cm. boven de wortelhals te zijn’.

Spillen
  1. Moeten recht en stevig zijn.
  2. De lengte moet worden gemeten vanaf grondvlak (wortelhals) doch hoogstens 10 cm onder de oculatie.
  3. Klikken dienen verwijderd en aangesmeerd te worden.
  4. Het meten van de dikte maat van spillen moet voor spillen met de lengtemaat tot 175 cm geschieden op 50 cm boven de grond. De diktemaat van spillen met een lengtemaat van boven de 175 cm wordt gemeten op 1 meter boven de grond.

Halfstammen
  1. Moeten een stamhoogte hebben van 120 cm. De maat van de stam is gemeten bij vollegrondskweek, vanaf de grond. De maat voor containerteelt is gemeten vanaf de containerrand. Voor soorten die zijn opgehaald geldt: tot de onderste kroon takken. Voor soorten die boven zijn veredeld geldt: tot de veredeling. Bij afwijkende hoogte moet de hoogtemaat worden aangegeven.
  2. Moeten minstens 4 goed ontwikkelde takken hebben, uitgezonderd: Acer negundo (bontbladig), Crataegus lavaleei ‘Carrierei’ en Crataegus lavalleei, Laburnum, Morus alba ‘Pendula’,  robinia fertilis ‘Monument’, Robinia slavinii ‘Hillieri’, Robinia hispida, Robinia hispida ‘Macrophylla’, Robinia kelseyi, Sophora japonica ‘Pendula’, Sorbus aucuparia ‘Pendula’, waarbij 3  takken (getopt op 80 cm lengte) voldoende zijn.
 
Hoogstammen
  1. De stamomvang wordt gemeten 1 meter boven de wortelhals: maten 5/6, 6/8, 8/10, 10/12, 12/14, enz. 20/25, 25/30 cm enz.
  2. Zij moeten een stamhoogte hebben van minstens 180 cm, bij bomen met een stammaat van 5/6 en 6/8 cm mag de vertakking op 150 cm beginnen. De stamhoogte is dat deel van de stam dat takvrij is.
  3. Zij moet minstens 4 sterke takken hebben, bij doorgaande kronen één koptak en drie goed geplaatste zijtakken.
  4. Het woordje ‘verplant bij hoogstammen betekent dat de boom als spil of als veer is verplant.

Meerstammen:
Houtachtige plant, uit één individu gekweekt, bestaande uit 2 of meerdere hoofdgesteltakken waarbij van tenminste één hoofdgesteltak de takaanzet < 0.5 meter vanaf maaiveld zich bevindt. De maatvoering wordt aangegeven in het aantal gesteltakken waarbij de lengte in meter van de langste hoofdgesteltak en de stamomvang in cm van de dikste hoofdgesteltak op 1 meter hoogte  gemeten. Van de hoofdgesteltakken mag de dunste, welke deel uitmaakt van aantal vereiste hoofdgesteltakken, max 10 % in stamomvang afwijken van de dikste hoofdgesteltak.

Internationaal geadviseerde stamhoogte 40, 60, 80, 100, 125, 150 en 200 cm. Voor geoculeerde rozen op stam 40, 60, 90, 110 en 140 cm.

Wortelgestel
Moet voldoende vertakt zijn. Bij de maten tot 10 cm stamomvang moet de beworteling een doorsnede hebben van minstens 6 maal de stamomvang; bij de maten boven de 10 cm stamomvang minstens 5 maal de stamomvang.

Ingazen
  1. De planten met kluit, gemerkt kl. moeten stevig worden ingeknoopt, zonder slag of knoop om de stam. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen is, mag niet in machinegaas geleverd  worden.
  2. De planten met kluit dienen te worden ‘ingegaasd’ in de grond, waarin deze zijn gegroeid (dus niet in tuinturf e.d.).
  3. Het ‘voorgazen’ is toegestaan, mits de kluit en de gaaslap bij de aflevering in goede conditie zijn.
  4. In acryl-gaas gegaasd kluitgoed, dat in het najaar is opgekuild, in het voorjaar voor rekening en risico van de verkoper gestiekt te worden afgeleverd. Tenzij anders is overeengekomen tussen verkoper en koper.
  5. Indien Machinegaas (elastiek) gebruikt wordt, dient dit vooraf schriftelijk te worden vastgelegd.
 
Afkortingen
 
1j. = éénjarig pyr. = pyramide
v. = verplant kl. = met kluit (in gaas)
st. = stek w. = zonder kluit
v.g. = veredeling potkw. = in pot gekweekt of in plastic zak gekweekt
afl. = afleggers plg. = plantgoed
geveerd  = vertakte spil gekn. = geknopt
cv. = cultivar (cultuurvariëteit) lev. = leverbaar












Het tekenen in kleuren
Het in kleuren aangeven van de maat van boomkwekerijproducten dient als volgt te
geschieden:
in cm:
 
Blauw 15-20   Blauw 90-100  
geel 20-25 (20-30) wit 100-125  
rood 25-30   blauw 125-150  
wit 30-35 (30-40) rood 150-175 (150-200)
blauw 40-50   geel 175-200  
geel 50-60   blauw 200-225 (200-250)
rood 60-70 (60-80) wit 225-250  
wit 70-80   geel 250-275 (250-300)
geel 80-90 (80-100) rood 275-300  


En bij de dikte-maten van laanbomen als volgt:
wit 5-6 rood 18-20
blauw 6-8 wit 20-25
geel 8-10 blauw 25-30
rood 10-12 geel 30-35
wit 12-14 rood 35-40
blauw 14-16 wit 40-45
geel 16-18    

Diktematen in mm
Heesters  1/0 = 3/5 5/7 7/9 9/11
  1/1 = 4/6 6/8 8/10 10/12
Coniferen  1/1 of 2/1 = 4/6 6/8 8/10 10/12

Vorige pagina Volgende pagina